Terugblik Akkerbouwdag 2026
Tijdens de Akkerbouwdag hebben we met veel plezier MBO-studenten en andere bezoekers meegenomen in onze syteem strokenteeltproef in Lelystad. Op excursie met de kar trokken we het veld in om van dichtbij te laten zien hoe gewasdiversiteit in de praktijk werkt.
Daarnaast organiseerden we een interactieve “vraag-maar-raak”-sessie met als titel “van mono- naar meer”. Hier deelden we inzichten uit meerdere jaren strokenteeltonderzoek.
De belangrijkste inzichten:
-Strokenteelt is positief voor de biodiversiteit op het perceel
-Dit is over meerdere jaren gemeten door o.a. vogeltellingen, monitoring van bodemleven, loopkevers en zweefvliegen
-In strokenteeltsystemen zien we meer plaagonderdrukkende insecten dan schadelijke insecten dan in monoculturen – een belangrijk signaal voor een weerbaar teeltsysteem
-Opbrengsten laten tot nu toe een neutraal beeld zien
Kortom: meer diversiteit in het veld draagt bij aan een robuuster en toekomstbestendig landbouwsysteem.
Vruchtwisseling met groenbemesters en biobollen geeft ruimte voor boerennatuur
Tijdens het BoerenNatuur Festival op 16 juni in Deventer deelden bollenteler en bodemcoach John Huiberts, jonge onderzoeker Hilde Faber (WUR) en landbouwadviseur Maria van Boxtel (Land & Co) tijdens een workshop hun ervaringen en kennis met gewasdiversiteit met een belangstellend publiek.
In de workshop “van mono naar meer: gewasdiversiteit voor een weerbaar teeltsysteem” merkten de boeren, tuinders én medewerkers van Agrarische Natuur Verenigingen iets bijzonders op: in de biologisch bollenteelt laat je de akker lang met rust. Dat geeft uitstekende kansen voor akkervogels en – met een goede mix met groenbemesters, landschapselementen en vruchtwisseling – een lange bloeiboog voor insecten. “We hebben niet veel afspraken voor ANLb-contracten met bollenboeren,” stelde een deelnemer. “Misschien zijn daar toch meer kansen dan we denken.”
Dan helpt het natuurlijk wel dat bollenteler John Huiberts en zijn opvolgers een bijzondere aanpak hebben. “Wij telen met aandacht voor bodemkwaliteit. Eén jaar een groenbemestermix, dan tulpen, dan narcissen en dan de kleine bolletjes zoals blauwe druifjes,” vertelde John. Ook werkt Huiberts Bloembollen met niet-kerende grondbewerking, stellen ze een eigen, passende groenbemestermix samen en maken ze eigen compost van maaisel uit natuurgebieden. “Daarvoor investeerden we zelfs in een ruime schuur om de Bokasi en compost onder dak te kunnen maken.” Met eigen compostthee van onder andere maaisel uit het Zwanewater natuurgebied brengen ze veel silicium op het blad van de bollen. “Ik zie de weerbaarheid van mijn biologische bollen toenemen,” stelt John. Hij kwam op deze aanpak met lang experimenteren. “We blijven zoeken. “We zijn zelfs naar Kazachstan geweest op het bodembioom van bollen in de oorspronkelijke situatie te bekijken en te bemonsteren.”
John Huiberts kwam uit op een vruchtwisseling met bollen omdat een teelt in stroken niet goed paste. “Bollen zijn maar twee familie’s, in strokenteelt kom je dan zowel in tijd als in ruimte te dicht bij elkaar,” vertelde landbouwadviseur Maria van Boxtel. Ze deelde een voorbeeld met een akkerbouwrotatie in stroken – dan kan je in stroken telen met minimaal 4 gewassen plus een bloemenstrook. “Als je voor akkernatuurherstel gaat dan zijn grote percelen van ruim 20 hectare met daarop slechts één gewas, heel lastig voor insecten en vogels. “Waar vinden insecten of bijvoorbeeld de patrijs, graspieper, geelgors, roodborsttapuit of het paapje daar nog een plek om voedsel te vinden? Moeilijk.” Een aanpak in de moderne akkerbouw met smalle, meerjarige kruidenrijke stroken midden in het perceel van bijvoorbeeld 3 tot 6 meter breed, is in de praktijk uitvoerbaar en heel welkom. “Het levert ook een leefgebied op voor natuurlijke vijanden van ziekten en plagen, laten onderzoeken in Cropmix zien. Zo’n indeling is ook een vorm van strokenteelt.”
‘Levert dat dan nog dezelfde opbrengst op?’ vroeg een deelnemer aan de workshop. Die vraag kon jonge onderzoeker Hilde Faber goed beantwoorden. “Wij als wetenschappers willen natuurlijk altijd meer data,” lacht ze. “Maar we hebben op een paar gangbare en biologische bedrijven de opbrengsten gemeten van gewassen in stroken en gewassen in volvelds teelt. Ook over meerdere jaren, zoals 3 jaar op een groot akkerbouwbedrijf in de Flevopolder met 6 meter stroken. Dan zien we dat sommige gewassen iets meer opleveren en sommige gewassen iets minder. Over het geheel genomen is de opbrengst in strokenteelt vergelijkbaar. En kan stabieler zijn over meerdere jaren. Maar we doen natuurlijk nog meer onderzoek naar meer jaren en meer gewassen.” Opvallend: vooral pastinaak in de biologische teelt lijkt het goed te doen in 6 meter stroken. Net als de aardappelteelt, wat vanwege phytopthera die minder snel verspreid misschien wel de verwachting is. “Teelt van uien in stroken is daarentegen weer lastig en geeft gemiddeld een wat lagere opbrengst.”
Er werd nog driftig nagepraat door de deelnemers aan de workshop. ‘Vaak zoeken we met ANLb naar maatregelen buiten je teelt om, met randen’ stelde een deelnemer. ‘Maar ook in teelt zitten goede kansen om je teeltplan op een makkelijke manier diverser te maken.’ John Huiberts sluit zich daar helemaal bij aan. “Werken aan bodemkwaliteit levert al zoveel op. Als je het bodemleven sterker maakt, is je akker al veel interessanter voor allerlei leven.”
Tekst & Foto’s: Maria van Boxtel










