Terugblik consortiumbijeenkomst 4 juni 2026

Consortuimbijeenkomst 4 juni 2026

Op 4 juni kwamen de partners van CropMix samen op de Proeftuin van Pallandtpolder in Middelharnis voor een inspirerende consortiumdag. Martijn en Remco stelden hun bedrijf gastvrij open en namen ons mee het veld in. Op hun bedrijf werken zij met brede stroken binnen een gangbaar teeltsysteem, waarbij zij inzetten op bodemverbetering door strokenteelt en het gebruik van Bokashi. De eerste effecten zijn zichtbaar in de bodem, maar ook boven de grond: er is meer leven, met onder andere kieviten en nesten op het land.

Na deze praktijkgerichte start stond de dag in het teken van uitwisseling en verdieping. Partners spraken elkaar over de voortgang van het project, deelden inzichten en verkenden samen hoe de opbrengsten van CropMix verder kunnen worden benut.

Living Labs: van verkenning naar richting

Een belangrijk onderdeel van de dag was het terugblikken op de Living Labs. Wat begon als een eerste bijeenkomst in Lelystad – met als ambitie om Living Labs op te zetten – is inmiddels uitgegroeid tot een brede leeromgeving. Van de oorspronkelijke lijst met 19 onderwerpen zijn er inmiddels meer dan 9 actief opgepakt.

In plaats van op alles afzonderlijk in te gaan, hebben we gekeken naar de grotere lijnen en terugkerende vraagstukken. Daarbij bouwden we verder op een eerdere bijeenkomst in Odijk, waar we onder begeleiding van het Athena Institute toekomstbeelden verkenden: hoe ziet een gewasdiverse landbouw eruit, en hoe brengen we die dichterbij?

Regionaal organiseren als sleutel

Een van de belangrijkste inzichten is het belang van regionale sturing. Voor een hoge biodiversiteit is niet alleen diversiteit op perceelsniveau belangrijk, maar juist ook in het landschap: verschillende typen bedrijven en teelten versterken elkaar op regionaal niveau.

Regionaal werken biedt ook kansen om:

  • samenwerkingen tussen boeren te versterken
  • middelen en machines te delen
  • nieuwe netwerken op te bouwen
  • de verbinding met de omgeving en afzet te vergroten

Daarbij horen wel duidelijke voorwaarden: mensen moeten zich verbonden voelen met hun regio, er moet ondersteuning zijn, en gebiedsgericht werken moet actief worden gestimuleerd. Hoewel landelijke kaders belangrijk blijven, ligt juist op regionaal niveau veel handelingsperspectief.

Ketens: zoeken naar passende modellen

Een tweede belangrijk thema is de organisatie van ketens. Gewasdiverse teeltsystemen leveren veel maatschappelijke waarde op – voor biodiversiteit, bodem en water – maar deze inspanningen worden nog onvoldoende beloond.

Binnen CropMix zijn verschillende richtingen verkend:

  • Verticale ketens: samenwerking in de keten met producentenorganisaties, risicospreiding en mogelijk data als extra waarde.
  • Regionale/middellange ketens: waarin productie, logistiek en afzet regionaal georganiseerd worden.
  • Gemeenschapslandbouw: waarin landbouw niet alleen voedsel produceert, maar ook een lokale economie vormt met gedeelde verantwoordelijkheid en financiering.

Elke keten heeft eigen kansen en uitdagingen. Zo spelen bij gewasdiversiteit praktische knelpunten zoals kleinere volumes en meer oogstwerk, terwijl opschaling en logistiek juist om nieuwe organisatievormen vragen. Zie ook dit rapport

Handreikingen strokenteelt & gewasdivers telen

In de middag gingen we door met een aantal sessies over reeds gepubliceerde handreikingen (over strokenteelt in het algemeen, opbrengsten, ziektes & plagen en mechanisatie). Ook zijn er handreikingen in ontwikkeling over mechanisatie en onkruid, en over biodiversiteit. Het doel is om een compleet startpakket te maken voor iedereen die meer wil weten over gewasdiversiteit, of er zelf mee aan de slag wil. Deze zijn hier te vinden. 

 

CropMix wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

Logo NWO

Privacyverklaring