Instructies

Instructies

Directly to

Geef digitaal je resultaten door per stap via onderstaande knoppen.

Welkom op de instructiepagina! Hier kun je digitaal de instructies lezen die je per post hebt ontvangen. Liever een PDF ontvangen? Stuur een mailtje naar moestuinmix@wur.nl. Via de post heb je als het goed is een envelop ontvangen met de volgende inhoud:

  • Zaden voor de tuinbonen en pompoenen;
  • Instructies voor het experiment;
  • Antwoordformulieren om je resultaten op te noteren;
  • Je unieke volgnummer.

Onderstaand vind je de instructies zoals je ze ook op papier hebt ontvangen.

Toelichting op het experiment

Bij het deelnemen aan MoestuinMix kun je kiezentussen drie niveaus (zie figuur). Je hoeft pas te kiezen zodra je begint.

  1. Required: Iedereen meet de opbrengst van de tuinbonen door peulen en bonen te tellen (niveau 1).
  2. Optional: Meet naast de opbrengst (1) ook de plaagdruk door bladluizen en natuurlijke vijanden van de luizen te tellen (2).
  3. Optional: Meet naast opbrengst (1), plagen en natuurlijke vijanden (2) ook bestuiving door bestuivende insecten te tellen (3).

Stappen

  1. Sowing the broad beans and noting down the date (mandatory).
  2. Counting and measuring the bean plants (mandatory).
  3. First count of the aphids and natural enemies (optional).
  4. Three repetitions of counting pollinators (optional).
  5. Second count of aphids and their natural enemies (optional).
  6. Counting beans and pods (mandatory).

Het experiment eindigt wanneer je de tuinbonen hebt geoogst. Uiteraard kun je daarna doorgaan met het oogsten van je bonen zoals je zelf wilt en het telen van je gewas naar keuze en pompoen als deze nog in de tuin staan. De opbrengst van de pompoen meten we niet.

Je bepaalt zelf wanneer je de tuinbonen, pompoenen en je eigen gewas naar keuze zaait. De tuinbonen doorgaans vanaf maart en de pompoen doorgaans rond half mei, want de pompoenplant is gevoelig voor vorst. Je hoeft de drie gewassen dus niet op hetzelfde moment te zaaien. Het experiment start zodra je de tuinbonen zaait en duurt tot en met de eerste oogst van de tuinbonen. Tijdens het experiment sturen we een aantal nieuwsbrieven over de voortgang van het experiment en na afloop natuurlijk de resultaten.

Aanleggen experiment

In je moestuin maak je twee gewascombinaties en test je hoe een buurgewas effect heeft op het hoofdgewas in dit onderzoek: de tuinboon.

  • Combinatie 1: Tuinboon en pompoen. Om alle tuinen met elkaar te kunnen vergelijken, testen alle deelnemerséén keer dezelfde combinatie van tuinboon-pompoen. Je gebruikt daarvoor de zaden die je van ons hebt ontvangen.
  • Combinatie 2: Tuinboon met gewas naar keuze. Daarnaast kiest iedereen zelf een tweede combinatie: tuinboon met een gewas naar keuze. Dit mag elk gewas zijn dat je maar wilt. Je zorgt zelf voor de zaden van dit gekozen gewas.

Plantschema

Je zaait de tuinbonen, pompoen en het zelfgekozen gewas in twee groepjes, die noemen we vakken. In vak 1 zaai je de helft van het zakje tuinboonzaden en minimaal 1 pompoenplant. In vak 2 zaai je de andere helft van het zakje tuinboonzaden in combinatie met het zelfgekozen gewas. Hoeveel zaden dit zijn hangt af van het gekozen gewas.

Je hebt twee opties om de tuinbonen te zaaien: in rijtjes of gemengd met een ander gewas (zie ook de figuren met voorbeelden op de volgende pagina). Je kiest uit:

  1. In rijtjes: de tuinboon en het keuzegewas staan naast elkaar in aparte rijen (vak 1) en de tuinboon en de pompoen staan ook in rijen naast elkaar (vak 2). Zie voorbeeld 1.
  2. Gemengd: de tuinboon en pompoen door elkaar heen. Hierbij maak je de afstand tussen de tuinbonen groter, om ruimte te creëren voor de pompoen. De tuinboon en je zelfgekozen gewas zet je ook door elkaar heen. Zie voorbeeld 2.

Belangrijk:

  • Verdeel de zaden uit het zakje met tuinboonzaden ongeveer gelijk over je twee vakken. Houd de hoeveelheid zaden, de zaaidatum en de plantafstand tussen de tuinbonen in vak 1 en 2 gelijk.
  • De minimale plantafstand tussen de tuinbonen is 20 cm, maar verder uit elkaar mag ook, zodat je gewassen er doorheen kunt mengen. Let op: houd de plantafstand van de tuinbonen gelijk tussen vak 1 en vak 2.
  • Zaai/plant je meer dan 1 pompoen? De minimale plantafstand tussen pompoenen is 100 cm.
  • De plantafstand van je zelfgekozen gewas hangt af van het gewas en mag je zelf bepalen.
  • Zet geen andere buurgewassen naast de tuinbonen (anders dan pompoen en je zelfgekozen gewas). Je kunt ze bijvoorbeeld naast een pad, heg of afscheiding zetten als dit past. De minimale afstand tot een volgend gewas is 60 centimeter.

Zaaidatum

Je mag zelf weten wanneer je zaait, maar noteer de datum waarop je zaait. Voorzaaien mag ook, maar noteer de data waarop je voorzaait en uitplant op antwoordformulier stap 1. Je hoeft de pompoen, tuinboon en je eigen gekozen gewas niet tegelijkertijd te zaaien, maar houd de behandeling van je twee vakken tuinbonen wel gelijk, ook de zaaidatum en plantafstand.

Beheer van het experiment

Je mag de tuin beheren zoals je gewend bent. Op de moestuinprofiel-vragenlijst kun je invullen welk beheer je hebt toegepast, bijvoorbeeld bemesten, water geven of onkruid verwijderen. Deze vragenlijst ontvang je later, nadat je gestart bent.

Bestrijding van bladluizen en deelnemen aan niveau 2 Ga je bladluizen bestrijden, maar wil je wel meedoen aan niveau 2 (het tellen van luizen en natuurlijke vijanden)? Zorg dan dat je de eerste telling uitvoert vóórdat je de luizen bestrijdt. Geef via het antwoordformulier door of je hebt bestreden, hoe en wanneer. Dit kan de resultaten namelijk beïnvloeden. Houd de bestrijding gelijk over de tuinbonen naast de pompoen en de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas.

Instructies per stap

Klik op de tabbladen om de instructies per stap te lezen.

Stap 1

Stap 1: Zaaien tuinbonen

Deze stap hoort bij niveau 1 en is vereist.

Gebruik antwoordformulier 1 om je antwoorden op te noteren.

  1. Noteer welk gewas je zelf hebt gekozen om te combineren met tuinboon.
  2. Noteer de zaaidata van elk gewas. Heb je gewassen voorgezaaid en opgekweekt? Noteer dan zowel de datum van voorzaaien als datum van planten. 
  3. Maak een schets van hoe je de gewassen (tuinboon, pompoen en je keuzegewas) hebt ingezaaid of geplant. Een foto maken mag ook.
Stap 2

Stap 2: Tellen en meten aantal bonenplanten

Deze stap hoort bij niveau 1 en is vereist.

Beginnen de tuinbonen te bloeien? Dan is het tijd voor de eerste metingen aan de planten. Gebruik antwoordformulier 2 om je antwoorden te noteren.

  1. Tel het totaal aantal bonenplanten naast de pompoen en naast je zelfgekozen gewas en noteer dit.
  2. Noteer de (geschatte) datum waarop de tuinbonen naast de pompoen en naast je keuzegewas gingen bloeien. Dit kan ook dezelfde datum zijn.
  3. Meet de hoogte van 10 willekeurige planten in elk vak (naast pompoen en naast je keuzegewas) en noteer de hoogte in centimeters.
Stap 3

Stap 3: Eerste keer tellen luizen en natuurlijke vijanden

Deze stap hoort bij niveau 2. Als je alleen niveau 1 doet, kun je deze stap overslaan.

Introductie

Tuinbonen hebben vaak last van bladluizen. Om te beoordelen hoe erg de plaagdruk is, vragen we je om te schatten hoeveel bladluizen er op de tuinbonen zitten en natuurlijke vijanden te tellen. Voor het beoordelen van het aantal luizen, gebruik je de kaart met tekeningen van planten die aangetast zijn door luizen (bijlage A). Voor het identificeren van natuurlijke vijanden gebruik je de foto’s in bijlage B. Je telt zowel de luizen als natuurlijke vijanden twee keer: één keer wanneer de tuinbonen net zijn gaan bloeien en één keer wanneer je voor het eerst gaat oogsten.

Let op: Bestrijding van bladluizen

Ga je bladluizen bestrijden, maar wil je wel meedoen aan niveau 2? Zorg dan dat je de eerste telling uitvoert vóórdat je de luizen bestrijdt. Geef via het antwoordformulier door of je hebt bestreden, hoe en wanneer. Dit kan de resultaten namelijk beïnvloeden. Houd de bestrijding gelijk over de tuinbonen naast de pompoen en de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas.

Instructies

Wanneer de bonen gaan bloeien, ga je voor het eerst observeren. Gebruik antwoordformulier stap 3 om je antwoorden te noteren.

  1. Geef op het antwoordformulier aan of je luizen hebt bestreden, zo ja, wanneer en hoe. Tel de luizen vóórdat je bestrijdt, anders kun je niet meer aan deze stap meedoen.
  2. Vul de datum in waarop je de luizen en natuurlijke vijanden voor het eerst telt.
  3. Kies 10 willekeurige tuinboonplanten uit het vak met de pompoen en geef elke plant een score voor de aanwezigheid van luizen. Op de kaart met tekeningen van door luizen (bijlage A) aangetaste planten zie je uit welke scores je kunt kiezen. Die score is gebaseerd op een schatting van het aantal luizen. Noteer de score per plant die het beste past bij de hoeveelheid luizen.
  4. Observeer de natuurlijke vijanden die aanwezig zijn op de tuinbonen in het vak met de pompoen. Tel het aantal insecten per soort. Gebruik voor het herkennen van de natuurlijke vijanden de kaart met foto’s (bijlage B). Noteer je bevindingen op antwoordformulier stap 3.
  5. Herhaal stap 3 en 4 voor de tuinboonplanten naast je zelfgekozen gewas.
Stap 4

Stap 4: Bestuivers tellen (3x)

Deze stap hoort bij niveau 3, het tellen van bestuivers. Als je alleen niveau 1 (en 2) doet, kun je deze stap overslaan.

Introductie

Tuinbonen hebben bestuivende insecten nodig om vruchten te geven. Bestuivende insecten zoals bijen en hommels gaan in Nederland hard in aantal achteruit. Duurzame landbouw en een bloemrijke omgeving helpen bij herstel van het aantal en de diversiteit van bestuivers. Daar krijgen we ook voor terug dat onze gewassen beter worden bestoven en er meer of betere kwaliteit voedsel geproduceerd wordt. Bij niveau 3 observeren we daarom hoeveel bestuivers er op de bonen afkomen.

Instructies stap 4

Zodra de tuinbonen in volle bloei staan kun je bestuivende insecten gaan tellen. Dit doe je drie keer op verschillende momenten tijdens de bloei. Je mag zelf kiezen wanneer, zo lang je maar drie keer telt. Bijvoorbeeld op moment van volle bloei, na een week bloei en na twee weken bloei.

Let op: Weersomstandigheden kunnen je telling beïnvloeden. Tel daarom alleen als het:

  • tussen de 18-25 graden is
  • tussen 10:00 en 18:00 is
  • droog is
  • er weinig wind staat
  • minder dan 50% van de lucht bewolkt is

Gebruik antwoordformulier stap 4 voor het noteren van je bevindingen. Elke keer dat je bestuivers telt, doe je dit als volgt:

  1. Noteer de datum van je observatie.
  2. Ga in je tuin zitten/staan en tel gedurende 10 minuten het aantal bestuivende insecten per soort op de tuinbonen naast de pompoenen. Gebruik bijlage C om de soorten te herkennen. Noteer je bevindingen op antwoordformulier stap 4.

Tel in de volgende 10 minuten op dezelfde manier de bestuivende insecten per soort bij de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas. Noteer je bevindingen op antwoordformulier 4.

Stap 5

Stap 5: Tweede keer tellen luizen en natuurlijke vijanden

Deze stap hoort bij niveau 2. Als je alleen niveau 1 doet, kun je deze stap overslaan.

Let op: Ga je bladluizen bestrijden, maar wil je wel meedoen aan niveau 2? Zorg dan dat je de telling uitvoert vóórdat je de luizen bestrijdt. Geef via het antwoordformulier door of je hebt bestreden, hoe en wanneer. Dit kan de resultaten namelijk beïnvloeden. Houd de bestrijding gelijk over de tuinbonen naast de pompoen en de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas.

Wacht tot de eerste tuinbonenoogst. Observeer zodra je gaat oogsten de luizen en natuurlijke vijanden voor de tweede keer. Gebruik antwoordformulier stap 5 om je antwoorden te noteren.

  1. Geef op het antwoordformulier aan of je luizen hebt bestreden, zo ja, wanneer en hoe. Tel de luizen vóórdat je bestrijdt, anders kun je niet meer aan deze stap meedoen.
  2. Vul de datum in waarop je de planten voor de tweede keer observeert (gelijk met de eerste oogst).
  3. Herhaal punt 3 t/m 5 van Stap 3 (pagina 8). Je hoeft niet dezelfde planten te tellen als de eerste keer, maar dat mag wel.
Stap 6

Stap 6: Oogsten tuinbonen

Deze stap hoort bij niveau 1 en is vereist.

Kun je van de tuinbonen in beide vakken (naast de pompoen en naast je keuzegewas) minimaal 10 peulen oogsten? Dan is het tijd om de opbrengst te gaan meten. Je mag zelf bepalen wanneer je oogst, maar doe dit wel tegelijkertijd voor de tuinbonen naast de pompoen en de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas. Houd de tuinbonen uit de twee vakken apart voor de telling. Noteer je antwoorden op antwoordformulier stap 6.

  1. Noteer de datum van de eerste tuinbonenoogst.
  2. Het kan zijn dat er verschil was in wanneer de bonen naast de pompoen en de bonen naast je keuzegewas rijp waren. Noteer welk vak als eerste rijp was om te oogsten.
  3. Tel het totale aantal peulen aan de planten in elk vak. Noteer dit op het antwoordformulier.
  4. Oogst de tuinbonen als volgt:
    1. Werk van onder naar boven en oogst in totaal 10 peulen van de onderste kransen van de tuinbonen naast de pompoen. De peulen mogen van meerdere planten komen. Maak ze open/dop ze en tel het aantal bonen in elke peul en vul dit in op het antwoordformulier.
    1. Oogst 10 peulen van de tuinbonen naast je zelfgekozen gewas. Maak ze open/dop ze en tel het aantal bonen in elke peul en vul dit in op het antwoordformulier.

Je bent klaar met het experiment! Geef je antwoorden door via de resultatenpagina.


Also see the frequently asked questions at the bottom of this page.


Opsturen van je resultaten

Bij je welkomspakket vind je papieren antwoordformulieren die je kunt meenemen naar je tuin. Nadat je de metingen hebt uitgevoerd en je de antwoorden op de papieren antwoordformulieren hebt genoteerd, kun je de resultaten aan ons doorgeven via onderstaande online formulieren.

Would you rather send us your paper answer forms by mail? You can do this, without a stamp, by sending it to:

Wageningen University & Research

Att. Yvonne Florissen, Entomology

Antwoordnummer 30

6700 VB Wageningen

Denk eraan om je volgnummer in te vullen als je de resultaten per post naar ons terugstuurt. Dit nummer staat op je welkomsbrief.


Would you like to know more or do you have questions? Please contact us via moestuinmix@wur.nl.  

MoestuinMix is a citizen science project in which non professional vegetable growers and gardeners experiment with different crop combinations.

In collaboration with

www.avvn.nl

More information

Heb je vragen? Lees de veelgestelde vragen onderaan deze pagina of neem contact met ons op via moestuinmix@wur.nl.  

Frequently asked questions

When do I start the experiment?

The experiment starts once you sow the broad beans. You can choose when you do this. Pre-sowing can be done from mid-February onwards.

When does the experiment end?

The experiment ends when you have harvested the first broad beans.

Where do I find my tracking number?

Your personal tracking number is on the welcome letter you received from us. We use this number to link the results of different steps.

What is the chosen crop?

The chosen crop is the crop you choose yourself to combine with broad beans. Use your knowledge and creativity!

How do I send in my results?

Het doorgeven van je resultaten kan digitaal via de bovenstaande groene knoppen. Per stap uit het onderzoek is er een online formulier. Je typt de gegevens zelf over uit je papieren formulieren. Dit stellen wij erg op prijs!

Je kunt je resultaten ook direct online invullen in je tuin. Hiervoor heb je een telefoon of tablet nodig met internetverbinding.

I prefer to send my results by post, is that possible?

Yes, you can do so without a stamp to the following reply number:  

Wageningen University & Research 

Att. Yvonne Florissen, Entomology 

Antwoordnummer 30 

6700 VB Wageningen 

Please remember to fill in your tracking number when returning the results to us by post

Which crops will I test?

Each participant tests the combination broad bean-pumpkin and a combination with broad bean and a crop of their own choice. You are completely free in this, so you have to provide the seeds yourself. You report to us which crop you have chosen.

What should I measure?

You measure the yield of broad beans by counting the number of pods and beans (level 1). If you want to do more, you can choose to observe aphids and natural enemies in addition (level 2). Want to do even more? Then count pollinating insects as well (level 3).

It is important to note the date you sowed and harvested and the operations you did, such as fertilising or weeding.

Furthermore, you provide us with various background data, such as the soil type of your garden, what other crops are growing and what the garden's surroundings look like. This may in fact affect your results.

When should I sow the broad beans and pumpkin?

You can decide when to sow the broad bean and pumpkin. Broad beans are usually sown from March and pumpkin usually from mid-May.

What steps does the experiment consist of?

  1. Sowing the broad beans and noting down the date (mandatory). 
  1. Counting and measuring the bean plants (mandatory). 
  1. First count of the aphids and natural enemies (optional). 
  1. Three repetitions of counting pollinators (optional). 
  1. Counting beans and pods (mandatory). 
  1. Second count of aphids and their natural enemies (optional). 

When should I harvest the broad beans and pumpkin?

You can decide when to harvest the broad bean and pumpkin. Broad beans are usually harvested from May and pumpkin usually from mid-August.

Why don't we measure the pumpkin?

In this experiment, we look at how the broad bean performs alongside several neighbouring crops. We are not testing the pumpkin with another neighbouring crop, so there is no need to measure its yield.

Can I control aphids and still participate in level 2?

Yes, you can control aphids, but keep the treatment across the two groups of broad beans next to pumpkin and next to your chosen crop) the same.

Are you going to fight aphids and want to participate in level 2 (counting aphids and natural enemies)? In that case, make sure you do the count before you control. Note on the answer sheet how and when you controlled them.

We consider cutting the tops of the broad beans also to be controlling aphids.

Can I cut the tops of the broad beans?

Some people cut the tops from broad beans as a precaution to prevent aphids. This is allowed, of course, but keep the treatment of the two groups of broad beans next to pumpkin and next to your chosen crop) the same.

Want to participate in level 2, counting aphids and natural enemies? Then make sure you do the count where possible before topping. Note on your answer sheet when you topped the broad beans.

Broad bean and pumpkin are not together in the garden for most of the season. Why did you choose this combination?

  1. Broad beans are an early crop and much of the season the broad bean is alone in the garden. If we adjust the sowing density and make room to sow pumpkin later on, each broad bean plant will get more light. The broad bean has less competition from its peers. For the pumpkin, on the other hand, it is planted or sown late and takes up very little space in the beginning. Once the broad beans are harvested, the pumpkin can take up space from the broad beans. In science, we call this 'temporal niche differentiation' and this seems to have the greatest advantage in areas with temperate climates.
  2. Broad beans are so-called nitrogen fixers, due to their cooperation with soil bacteria. These bacteria supply nitrogen to the broad bean in exchange for sugars from the broad bean. When the broad bean dies, the plants and root remnants of the bacteria remain, passing on the captured nitrogen to the next crop, in this case pumpkin. Broad beans also stimulate beneficial soil bacteria from which the pumpkin can in turn benefit.
  3. Pumpkin and broad beans are both interesting for pollinating insects. By growing them together, pollinators can use the same place over a longer period of time this saves them searching time.
  4. Pumpkin and broad bean can both suffer from aphids. In healthy ecosystems, the aphids will also attract natural enemies. When the pumpkin is planted, there is already an army of natural pest controllers ready to protect the pumpkin as well.

These are all advantages that may occur. If they do occur is the question that we are trying to answer with your help.

What is the role of AVVN?

AVVN samen natuurlijk tuinieren is a partner in the CropMix consortium. We work together in building the MoestuinMix experiments, aimed at people with a kitchen garden.

What do I get in return?

Besides it being fun to participate in the experiment, you also get an insight into how your garden is doing. You will receive interim results and interesting facts about crops, pests and biodiversity. We also share great tips on broad beans. Last but not least: by participating, you contribute to knowledge about sustainable agriculture and help future farmers increase biodiversity in their fields. 

Who is behind MoestuinMix?

Researchers from Wageningen University & Research coordinate CropMix, a five-year research programme, and the experiments in MoestuinMix. Here, we work together with AVVN samen natuurlijk tuinieren.

What is the goal of the experiment?

Our aim is to learn more about crop diversity and how it works in practice in a vegetable garden or in a field. We are specifically looking for crop combinations that promote cultivation and the processes that ensure this. This knowledge could be important for farmers who want to work with crop diversity in their fields.

Why do you ask the help of vegetable gardeners?

A vegetable or kitchen garden is pre-eminently a place where crop diversity is high, but there are also big differences between gardens. For instance, in soil type, type of environment and which crops are grown. This provides interesting data.

Moreover, vegetable gardeners often have a lot of valuable knowledge about combining crops. We like to retrieve that knowledge to see what insights could be useful for arable farmers.

What happens with my data?

CropMix researchers will analyse the data collected to draw conclusions about which crop combinations work well, for example for higher yields, fewer pests and more biodiversity. Where possible, we will use the data for scientific publications to further share the results with other researchers and eventually arable farmers.

We process the results from your garden anonymously and confidentially. Your participation in MoestuinMix is voluntary and you can withdraw at any time without giving any reason.

Are the seeds provided organic?

Yes, all seeds are organic. The broad beans come from The Bolster, the pumpkin seeds from our partner Vitalis.

I don't want to participate anymore. What should I do?

You can always pull out of participating in the experiment. Please send us an email at moestuinmix@wur.nl. You don't have to tell us the reason.

Is you question not answered above? You can send us an email at moestuinmix@wur.nl.  

MoestuinMix is a collaboration between CropMix and AVVN samen natuurlijk tuinieren.

CropMix is financed by the Dutch Research Council (NWO)

Logo NWO

Privacy statement