Resultaten MoestuinMix 2026
In 2026 hebben we een recordaantal deelnemers aan MoestuinMix gehad. Meer dan 2300 mensen meldden zich aan. Met deze aantallen deelnemers kunnen we steeds beter de kennis van moestuinders over gewasdiverse teeltsystemen benutten. Deze resultaten, in combinatie met de resultaten van 2024 en 2025, zullen we gebruiken als input voor ons volgende strokenteeltexperiment, waarbij we de beste en de slechtste buren naast elkaar zetten om te kijken of we op grotere schaal dezelfde effecten zien als in de moestuinen.
In 2027 zullen we het MoestuinMix experiment nog één laatste keer herhalen, het liefst met nog meer deelnemers, om zo een nog betere dataset te krijgen.
Iedereen die ooit heeft deelgenomen aan MoestuinMix zal in 2027 een persoonlijke uitnodiging ontvangen voor het MoestuinMix Festival op de Wageningen Campus, waar we op grotere schaal in de velden kunnen laten zien waar alle deelnemers op kleine schaal mee hebben geëxperimenteerd.
Top 10 choice crops
In 2026 waren, net als in voorgaande jaren, wortel, ui, kool en aardappel populaire keuzegewassen naast de tuinbonen.
- Carrot
- Ui
- Potato
- Cabbage
- Peas and pods
- Spinach
- Lettuce
- Prei
- Pastinaak
- Chard
Er waren ook dit jaar veel verschillende redenen om voor een bepaald keuzegewas te kiezen. Worteltjes werden bijvoorbeeld vaak gekozen omdat ze lekker gevonden worden, maar ook redenen als een gelijk groeiseizoen, het passen binnen het rotatieschema, “had ik toevallig nog liggen” en de wens om er eens mee te experimenteren kwamen vaak terug. In totaal werden maar liefst 86 verschillende gewassen als keuzegewas gekozen. Dat geeft meteen een mooi inkijkje in hoe divers een moestuin kan zijn.
Yield
Deelnemers testten, net als in 2025, bieten naast tuinbonen en een keuzegewas naast tuinbonen. Met dit onderzoek willen we graag achterhalen of er goede buren of juist slechte buren zijn, en waarom dit mogelijk zo is.
Als eerste kijken we naar het verschil in opbrengst. Voor elke tuin is het verschil uitgerekend tussen de opbrengst van de bonen naast de rode biet en de opbrengst van de bonen naast het keuzegewas. Deze ‘verschilscore’ staat op de verticale as. Op de horizontale as staan de gewassen en hoe vaak deze voorkwamen in de dataset. Groen geeft aan: ‘meer opbrengst naast het keuzegewas’, geel geeft aan: ‘meer opbrengst naast rode bieten’ en grijs staat voor: ‘vergelijkbaar of zeer variabel’

Goede & minder goede buren en het effect op opbrengst
In 2026 lijken bonenkruid, tomaten en courgette het goed te doen ten opzichte van rode bieten als buur. Voor tomaten en bonenkruid gaat het echter wel om slechts enkele observaties. Wat wel opvallend is, is dat courgette het in een eerder jaar ook goed deed, net als spinazie. Prei daarentegen was vorig jaar juist een van de weinige gewassen waarbij we zagen dat het een positief verschil maakte als keuzegewas, terwijl we dat dit jaar niet terugzien. Van aardappel zagen we vorig jaar ook dat het een slechtere buur is dan rode bieten. Kool, venkel en andere bieten dan de rode bietjes die zijn toegestuurd, zijn dit jaar nieuwkomers als slechtere buur dan rode bieten.
Pollinators, aphids, and natural enemies
Niet alleen opbrengst is een belangrijke indicator voor een goede, dan wel slechte buur. Ook andere mechanismes kunnen een belangrijke rol spelen in het bepalen of je een gewas er graag naast wilt hebben. Bloeiende gewassen kunnen bijvoorbeeld bestuivers aantrekken die je ook wilt hebben in je bloeiende veldbonen, en andere gewassen zijn misschien juist weer beter in het aantrekken van natuurlijke vijanden van luizen, die op hen buurt weer graag op tuinbonen zitten.
Aphids

Ook hier geldt dat dit verschil op zich nog niet het hele verhaal vertelt. Als we conclusies willen trekken over hoe goed of slecht een bepaald keuzegewas is als buur voor tuinbonen, is het belangrijk dat een keuzegewas door meerdere mensen is getest. Hoe meer, hoe beter. Dan pas kunnen we met meer zekerheid zeggen dat de resultaten geen toevalstreffer zijn. In de onderstaande grafieken geeft het getal boven het keuzegewas aan hoeveel deelnemers dit gewas hebben getest én gegevens over het onderwerp hebben doorgegeven. Daarnaast geven de verschillende gekleurde balkjes aan of we minder luizen naast het keuzegewas, minder luizen naast de bieten of een vergelijkbaar of zeer variabel aantal luizen aantreffen.
Spitskool, die voor tuinbonen een vergelijkbare opbrengst oplevert als wanneer ze naast bieten worden geteeld, lijkt wel een positief effect te hebben op de hoeveelheid luis. Knoflook en goudsbloemen zorgen daarentegen juist voor een hogere luizendruk dan bieten. De vraag is vervolgens of dit ook terug te zien is in de aantallen natuurlijke vijanden. Luizen trekken namelijk natuurlijke vijanden aan, zoals lieveheersbeestjes, waardoor een hogere luizendruk mogelijk samenhangt met een grotere aanwezigheid van deze nuttige insecten op de tuinbonen.
Natural enemies

Wanneer we kijken naar de resultaten van de natuurlijke vijanden valt op dat de bieten eigenlijk al een goede buur is wanneer we het vergelijken met de keuzegewassen. We zien alleen dat gewassen het vergelijkbaar doen, of dat er meer natuurlijke vijanden naast de rode bieten in de tuinbonen gevonden zijn. In 2025 zagen we dat er op snijbiet een positief effect werd gevonden voor natuurlijke vijanden en voor aardappel een negatief effect. Dat zien we dit jaar niet terug.
Pollinators
Tot slot hebben we ook naar de bestuivers gekeken. Deelnemers konden invullen of ze hommels, bijen of bijvoorbeeld zweefvliegen of wespen zagen.

Uit de resultaten blijkt dat het soort bloem wat je naast de tuinboon zet ook effect kan hebben. Voor goudsbloem hebben we namelijk gezien dat er meer bestuivers aanwezig zijn ten opzichte van bieten als buur, terwijl dit voor Oost-Indische kers juist niet het geval is. Ook voor bestuiving zien we dat aardappel een slechtere buur is ten opzichte van bieten.
Opschalen naar strokenteelt proefvelden in Wageningen
Dit onderzoek geeft ons tot nu toe voldoende aanwijzingen om bepaalde gewassen te gaan testen op grotere schaal. Als mogelijk goede buren hebben we gekozen voor courgettes, prei, spinazie en kool. Pompoen en rode bieten hebben we gekozen omdat we deze als referentie gewas hebben getest (pompoen was in het eerste jaar het referentiegewas). Aardappel, venkel en bloemen nemen we mee in de test omdat er veel aanwijzingen zijn dat ze minder goede buren zijn en mais is onze “wildcard.”
Daarnaast zullen we dit experiment nogmaals gaan herhalen in 2027, om zo een nog robuustere dataset te kunnen creëren.

Lees ook onze resultaten van seizoen 2025 & 2025!
Join another season of the experiment!
Voor betere conclusies is het belangrijk om dit experiment volgend jaar voor de laatste keer te herhalen met zoveel mogelijk deelnemers. Zijn er nog betere buren te vinden? We dagen jullie graag uit. De inschrijving voor seizoen 2027 is tot half februari geopend!

MoestuinMix is a citizen science project in which non professional vegetable growers and gardeners experiment with different crop combinations.
In collaboration with

More information
Would you like to know more or do you have questions? Please contact us via moestuinmix@wur.nl.
For news and updates, follow CropMix on LinkedIn
Frequently asked questions
I participated in 2024, 2025 or 2026. Can I join again?
Dat kan zeker! In 2027 herhalen we het experiment. Iedereen kan meedoen, ook mensen die in 2024, 2025 of 2026 nog niet mee hebben gedaan. De inschrijving voor 2027 staat open t/m half februari. Zie www.cropmix.nl/moestuinmix/aanmelden.
Who is behind MoestuinMix?
Researchers from Wageningen University & Research coordinate CropMix, a five-year research programme, and the experiments in MoestuinMix. Here, we work together with AVVN samen natuurlijk tuinieren.
Why do you ask the help of vegetable gardeners?
A vegetable or kitchen garden is pre-eminently a place where crop diversity is high, but there are also big differences between gardens. For instance, in soil type, type of environment and which crops are grown. This provides interesting data.
Moreover, vegetable gardeners often have a lot of valuable knowledge about combining crops. We like to retrieve that knowledge to see what insights could be useful for arable farmers.
What is the goal of the experiment?
Our aim is to learn more about crop diversity and how it works in practice in a vegetable garden or in a field. We are specifically looking for crop combinations that promote cultivation and the processes that ensure this. This knowledge could be important for farmers who want to work with crop diversity in their fields.
What is the role of AVVN?
AVVN samen natuurlijk tuinieren is a partner in the CropMix consortium. We work together in building the MoestuinMix experiments, aimed at people with a kitchen garden.
Is you question not answered above? You can send us an email at moestuinmix@wur.nl.
MoestuinMix is a collaboration between CropMix and AVVN samen natuurlijk tuinieren.


